42.78 F
New York
January 18, 2021
Nieuws deze week

STUDIESCHULD INLOSSEN? VRAAG ONS - KLIK HIER om terug te GAAN VOORPAGINA

Niet-steriele slijmvlies immuniteit Vaccin Gezien vanuit het hart!

Onnavolgbaar vaccin beleid dat verkeerd uitpakt

Niet-steriele slijmvlies immuniteit


Menig politicus is overtuigd dat vaccinatie de beste bescherming biedt tegen coronavirussen. Dat verhaal klopt maar half. Het probleem is dat de meeste politici geen virologie en/of immunologie hebben gestudeerd. Vanuit mijn expertise hierin zie ik meer van de complexiteit. Zeker als het gaat om de immunologie buiten de weefsels die gevoed worden door de bloedcirculatie, zoals in de slijmvliezen van de luchtwegen en het maagdarmstelsel. Ik hoop in sterk vereenvoudigde plaatjes de essentie van dit prachtige vakgebied ook aan niet-intimi mee te kunnen geven.


Veel medische en maatschappelijke problemen hebben een link naar de immunologie, denk aan inzicht in evolutie uit de  immunologie, dierproeven en alternatieven, gezondheidsschade door luchtvervuiling, therapie tegen kankervaccinaties, en infecties door bacteriën en virussen. Hopelijk wordt iemand geraakt wordt door mijn passie voor dit vak. Mogelijk helpt mijn uitleg ook om doeltreffende beleidskeuzes te maken op grond van bewijs.

Verloop infectie en ziekte.

​Figuur 1 geeft het verloop van SARS-2 infectie op de algehele gezondheid en vier orgaansystemen in de tijd weer. Na de incubatieperiode volgt een infectie in de hogere luchtwegen. Virus dat hier geproduceerd wordt heeft een korte weg naar buiten en kan effectief andere mensen besmetten. Het vindt ook de weg naar binnen en veroorzaakt een maagdarminfectie. Sommige mensen krijgen ook een ziekmakende longontsteking. In het vierde stadium ontstaat een levensbedreigende sepsis bij een subgroep van patiënten. Dit is ook het tijdstip dat (neutraliserende) antistoffen ontstaan, Deze voorkomen de infectie in cellen in het epitheel voorkomen, maar kunnen infectie in myeloïde bloedcellen faciliteren. Mogelijk dragen deze antistoffen bij aan de plotselinge verergering van de COVID-19. Sepsis lijkt een voor de hand liggende verklaring voor de acute fase met mogelijk fatale immuun overactivatie. Als alles goed gaat, overwint het afweersysteem het virus en verdwijnt het daarna ook uit het maagdarmstelsel, waar het langer uitgescheden wordt dan in de luchtwegen.


Foto

Figuur 1. Verloop infectie en ziekte.
Horizontaal : A. Gezondheid patiënt. B. Maandkalender. C. Hogere luchtwegziekte, zoals keel- en neusholte.
D. Longziekte. E. Maagdarmziekte. F. Systemische ziekte en sepsis.
​Verticaal t/m 6 zijn de verschillende stadia in tijd.
Rood indiceert virus replicatie in een orgaansysteem. Niet elke patiënt krijgt longontsteking en maagdarminfectie, en niet iedereen die longontsteking krijgt ontwikkelt sepsis (zie tekst).

Geen steriliserende immuniteit in luchtwegen.

Veel virusinfecties leiden tot groepsimmuniteit, echter hoogleraar Koopmans wees erop dat luchtwegvirussen vrijwel nooit steriele immuniteit veroorzaken. Aangezien dit een van de voorwaarden voor groepsimmuniteit is, vraagt dit om in te zoomen op mucosale immuniteit – de afweer in de slijmvliezen (Figuur 2). Bij immuniteit geldt dat de bloedcirculatie antistoffen (immunoglobuline G, IgG) en cellulaire afweer brengt naar vrijwel alle weefsels, behalve de buitenste laag van de huid en slijmvliezen (Figuur 2B). In het buitenste epitheel, buiten de basaal membraanzone (BMZ) komen de antistoffen en afweercellen normaal gesproken niet. Dit wordt niet-steriele immuniteit genoemd.

Bij een beginnende infectie, kunnen virussen daar vermenigvuldigd worden, ook al is de gastheer immuun (Figuur 2C). Virus dat in de buitenste laag van het epitheel van de bovenste luchtwegen zit, zit het dichtst bij de uitgang en kan dus makkelijk andere mensen infecteren. Iemand met een infectie en niet-steriele immuniteit kan dus andere infecteren. Als de infectie echter heftiger wordt, dan wordt het BMZ deels afgebroken en stromen de antistoffen naar buiten en de T-cellen naar binnen. Vervolgens wordt het virus alsnog geklaard (Figuur 2D).

Foto

A

Foto

B

Foto

C

Foto

D
Figuur 2. Immuniteit in de epitheliale weefsels.
A. Slijmvlies bij een naïef persoon.
B. Slijmvlies bij een immuun persoon. Onder het BMZ zit de immuniteit (antistoffen en Tc) in het weefsel, maar niet boven het BMZ.
C. Virusinfectie in een immuun persoon kan in eerste instantie ongeremd plaats vinden aan de buitenkant van het BMZ.
D. Als de virusinfectie dreigt door te breken wordt het basaalmembraan tijdelijk permeabel en wordt het virus efficiënt opgeruimd, waardoor verdere infectie wordt voorkomen.
BMZ = Basaalmembraan zone. Tc. Cytotoxische T cel. B = B-cel. IgG = immunoglobuline G. Blauwe cellen zijn dendritische cellen die de afweer coördineren, groen zijn de effector afweercellen. Grijs = normaal weefsel, groen = immuniteit, rood = virus en/of geïnfecteerde cel of weefsel, geel = gezond weefsel. 

Infectie bij niet-steriele immuniteit

​Mensen met niet steriele immuniteit kunnen geïnfecteerd worden en daardoor andere besmetten, maar worden niet ziek door de ziekteverwekker (Figuur 3). Dit zal een infectie zijn in de bovenste luchtwegen (C) en mogelijk in het maagdarmstelsel (E). De vaccinstudies hebben niet specifiek gekeken of er virus in de feces komt, maar op grond van het mechanisme lijkt het voor de hand te liggen dat de maagdarminfectie wel gebeurt. De longen (D) en circulatie (F), daarentegen, zijn beschermd door immuniteit tegen het virus. Een immuun persoon heeft dat goede bescherming tegen serieuze ziekte.

Foto

Figuur 3. Verloop infectie en ziekte bij niet-steriele immuniteit.
Voor uitleg zie figuur 1.

Speciale antistoffen.

​Is immuniteit tegen virussen en bacteriën in slijmvliezen dan mogelijk? Eind jaren 1940s werd aangetoond dat antistoffen eerst verschijnen in bloed en later in urine en feces. Bij nader bestuderen bleek het te gaan om andere antistoffen, immunoglobuline A (IgA).

Antistoffen in slijmvliezen werden ontdekt bij een niet-invasieve bacterie, vibrio cholerae. Deze bacterie dringt het lichaam niet binnen en blijft in de darmen. Cholera is echter wel een ernstige ziekte – geeft ‘rijstwater’ diarree, doordat de choleratoxine de darmen op zijn kop zet. Voordat antibiotica ontdekt werd, was de ‘kolere’ een beruchte dodelijke infectieziekte.

IgA zorgt voor immuniteit in slijmvliezen, zoals de luchtwegen en maagdarmstelsel (Figuur 4). Het bijzondere van IgA is dat het over de BMZ wordt getransporteerd biologisch gezien buiten de weefsels van de mens actief is (Figuur 4A). Daar wordt de bacterie of het virus actief opgeruimd door deze antistoffen (Figuur 4B). Zo kan het afweersysteem ook in de holtes van het lichaam met IgA de immuniteit  bewaken.

Foto

A

Foto

B
Figuur 4. Slijmvlies immuniteit
A. Immuniteit met IgA.
B. Virusklaring in het slijmvlies door IgA in het afweersysteem.
Vergelijk figuur 2. IgA = immunoglobuline A.

Speciaal Vaccin.

​Voor vaccintechnologie is het maken van vaccins die ook IgA produceren een grote uitdaging. Dat heeft te maken met het feit dat IgA achteraan ligt op het DNA en daardoor pas als laatste gebuikt wordt bij de antistoffen (Figuur 5). Het duurt ook langer voordat de afweerrespons voldoende gerijpt is om IgA te maken, zoals gezien werd bij de cholera infectie. IgA productie laten ontstaan is een grote uitdaging voor vaccins, belangrijk voor bescherming tegen bijvoorbeeld cholera. Het choleravaccin begint met 85% bescherming, maar daalt binnen een jaar na 50% en de bescherming neemt daarna verder af.

Foto

Figuur 5. Genomische organisatie de verschillende delen van antistoffen.
L zijn de lichte ketens, D en J de verbindende gebieden en C de constante (zware) ketens die het antistoftype bepalen. In blauw liggen deze genen achter elkaar voor IgM (μ), IgD (δ), verschillende vormen van IgG (γ3, γ1, γ2b, γ2a), IgE (ε) en IgA (α). Nieuwe combinaties worden gemaakt door genetische recombinatie in de celkern, waarbij de voorgaande versie verdwijnt. De volgorde gaat dus altijd van IgM -> IgG-vormen -> IgE -> IgA, waarbij soms stappen worden overgeslagen, maar kan niet teruggaan. IgM zijn de eerste stoffen in de afweer, IgG isovormen de meest gebruikelijke, IgE hoort bij allergie en IgA is voor slijmvliezen.

Source: Niet-steriele slijmvlies immuniteit – Hart Blik . nl – Gezien vanuit het hart!

Ontvolg de idioterie van lockdowns en leugens en zgn. uitpuilende ziekenhuizen… Nu eerst de patiënten die al 9 maanden wachten.
 
BRON: John Jacobs, 20 december 2020. https://hartblik.weebly.com/goedevaccins.html
http://nieuwsoost.nlhttp://brandhaard.com
 
Pfizer vaccin beschermt hooguit 3 tot 8 maanden. Op basis van die gegevens zijn al veel landen aan het inenten met straks alle gevolgen van dien. Gebrek aan onderscheid tussen exploratief en bewijzend onderzoek is een belangrijke reden dat de meeste gepubliceerde wetenschappelijke data niet waar is.
 
1: Stop de idioterie van lockdowns en leugens en zgn. uitpuilende ziekenhuizen… Nu eerst de patienten die al 9 maanden wachten.
 
2: Only 4 countries worldwide still do not know who was cured from #COVID19.
 
Ook dat heeft #vandissel niet in zijn macht.
 
3: vanDissel presenteert het alsof hij trots is op het feit dat ?? zoveel zieken en doden door #COVID19 heeft gehad waardoor veel mensen (even) immuun zijn geworden. Op zijn plaats zou ik het gevoel hebben dat ik verschrikkelijk gefaald had met zoveel infecties
 

Vaccin onderzoek

Exploratief onderzoek gebeurt voor 166 vaccins in preklinische studies, met 56 in klinische studies, waarvan 14 in fase 3 RCT-studies. Voor drie vaccins is de eerste evaluatie van de RCTs uitgevoerd. Het protocol was een eerste vaccinatie gevolgd door een tweede na 28 dagen, Vanaf 14 dagen na de tweede vaccinatie start de studie opvolging om de bescherming te meten door vaccinatie. Bij de Pfizerstudie is dit al na 7 dagen. Immunologen weten dat vaccins tijd nodig hebben om een specifieke afweerreactie op te bouwen die zorgt voor blijvende immuniteit. Een te snelle opvolging kan, zeker bij korte studies, zorgen dat immuniteit overschaduwd wordt door tijdelijke immunologische effecten van vaccinatie, zoals interferon.
In de Oxford trial worden scores van 4 (ziekte met opname in het ziekenhuis) en score 6 (ernstige ziekte) als grenswaarde aangehouden, zoals de WHO adviseert (Figuur 1). De RNA-vaccins hebben een andere definitie van COVID-19, te weten symptomatische ziekte met positieve RT-PCR en ten minste twee systemische symptomen (zoals koorts) of 1 respiratoir symptoom. Dit lijkt op score 2.
Opvallend in alle studies is dat het percentage besmettingen in de ouderen veel lager is dan in de jongvolwassenen. Waarschijnlijk zijn oudere mensen voorzichtiger dan jongeren die minder risico lopen na infectie.
 
Definities van ernst van COVID-19 volgens de WHO.
Oxford vaccin voor volwassenen tot 55 jaar​
​De resultaten van de Oxford vaccin studies zijn verwarrend, omdat niet voor alle resultaten het protocol is gevolgd. Het is dus een mengelmoes van een exploratieve en een bewijzende studie.
De beste bescherming (90%) was geassocieerd met de afwijking van het protocol, waarin een lagere dosis werd gegeven met een langere tussentijd. Zoals eerder betoogd vragen wetenschappelijke principes om een dergelijke studie als exploratief te zien en niet als bewijzend. De betere resultaten in het afwijkende protocol kunnen interessant zijn om een nieuwe bewijzende studie op te zetten. In de verdere bespreking ga ik alleen in op de behandeling volgens protocol.
De bescherming van de bewijzende studie staat op 62% (41 tot 76%) met een opvolging van maximaal 2 maanden. Het 95% betrouwbaarheidsinterval laat de betrouwbaarheidsmarge van het resultaat zien. Het kan dus zijn dat iets minder dan de helft van de mensen door dit vaccin wordt beschermd. Het aantal mensen met COVID-19 was 27/4440 (0,6%) in de vaccingroep versus 71/4455 (1,6%) in de behandelgroep.
Het Oxford vaccin bood ongeveer 60% bescherming tegen ziekte in mensen onder de 55 jaar. De studie laat niet direct de resultaten zien bij mensen van 56+, maar een berekening laat zien dat dit gaat om 1/498 en 3/508 ziektes in vaccin- en controlegroep. Dergelijke aantallen zijn te laag om iets te kunnen zeggen over bescherming., hetgeen betekent dat de studie langer moet lopen. Daarbij is ook belangrijk dat slechts ⅕ van de deelnemers 56+ is. De conclusie is dat deze studie langer moet lopen, zodat meer mensen besmet worden en duidelijker wordt hoeveel het vaccin beschermt in mensen boven de 55 jaar.
De studie keek ook naar bescherming tegen asymptomatische infecties. De studie detecteerde 22/2168 en 23/2223 asymptomatische infecties in de vaccin en controlegroep, respectievelijk. Dit is gemiddeld 4% bescherming met volgens de auteurs een betrouwbaarheidsinterval van −72% tot +46%. De negatieve waarde betekent dat vaccinatie het risico op infectie zou vergroten. Waarschijnlijk is de conclusie dat het vaccin niet beschermt tegen infectie.
 
RNA-vaccins beschermen alle leeftijden
 
Moderna
De Moderna studie had bij alle de volwassen tot 65 jaar 7/10551 versus 156/10521 infecties in de vaccin- en behandelgroep, respectievelijk, met een efficiëntie van 94.1% (89.3% tot 96.8%). Bij de 65-plussers waren de getallen 4/3583 versus 29/3552 met een bescherming van 86.4%;(61.4% tot 95.5%). Ernstige COVID-19 werd alleen gezien in de placebogroep (30 gevallen). Hiervan is geen betrouwbaarheidsinterval berekend.
Pfizer
Pfizer begint al na 7 dagen met de analyse, een week eerder dan de andere studies. De publicatie laat 8/19.198 versus 162/18.325 infecties zien in de vaccin- en behandelgroep, respectievelijk, met een efficiëntie van 95% (90% tot 98%). In de studie was 42%, 22% en 4%, boven de 55 jaar, 65 jaar en 75 jaar, respectievelijk. De effecten zijn vergelijkbaar tussen de deelnemers van 16 tot 55 jaar, ouder dan 55, 65 of 75 jaar, maar de laatste groep is niet significant, omdat deze te klein is. In de groep ouder dan 65 jaar zijn 1/3.848 versus 19/3.880 mensen geïnfecteerd geworden dus een efficiëntie van 95% (67 tot 99.9%).
De auteurs kennen de beperkingen van hun studie: “These data do not address whether vaccination prevents asymptomatic infection”.
Alleen verder gezonde mensen zijn getest
Op uitdrukkelijk verzoek van de EMA en de FDA zijn mensen geïncludeerd uit risicogroepen (oude mensen, mensen met hart- en vaatziekte, hoog BMI). Echter mensen met SARS-2 infectie en/of antistoffen worden niet meegenomen in de studie. Ook mensen met een acute andere ziekte worden niet in de vaccinstudies getest. Er is beperkt gekeken na comorbiditeit. Vaccinatie met de RNA-vaccins leidt vaak tot verkoudheidsklachten. Volgens de meest uitgebreide gegevens (Pfizer), krijgt ongeveer 3 tot 4‰ koorts na vaccinatie. Dat is ongeveer 2x zo hoog dan in de controlegroep. Ongeveer een tiende deel daarvan krijgt ruim 39˚C.
 

Vaccinatie is niet absoluut

 
Mensen in landen die coronavrij zijn, zoals in Oost-Azië en Australië, zijn absoluut beschermd tegen infectie. Mensen die gevaccineerd zijn, hebben ook bescherming, maar geen 100%. Bij 90% effectiviteit daalt het aantal zieken met een factor 10, bij 95% een factor 20. Tussen november 2020 en 18 december stierven 336 tot 616 mensen per week. Dan zou 90% winst door vaccinatie 34 tot 62 overlijdens per week betekenen, vergeleken met 0 tot 15 voor de periode vanaf 2 juli. Voorkomen van besmetting is dus belangrijker dan bescherming tegen ziekte.
 
Hoe lang beschermen vaccins?
Veel vaccins werken langdurig of zelfs levenslang, net zoals de immuniteit na infectie die vaak levenslang is. Echter voor coronavirussen is de natuurlijke immuniteit kort en ook vaccins beschermen niet altijd lang. Vaccinatie van kippen tegen het coronavirus IBV beschermde deze gedurende 9 weken. Immuniteit tegen de coronavirussen die verkoudheid veroorzaken is duurt ongeveer 6 maanden. Op grond van immunologische reacties, vermoeden sommige wetenschappers dat de immuniteit tegen SARS-1 en MERS langer blijft (Figuur 2). Uit het kankeronderzoek weet ik dat aanwezigheid van immuun herkenning niet betekent dat cellen ook effectief zijn. Antistoffen en cellulaire immuniteit geven een idee, maar geen zekerheid. Immuniteit wordt bepaald in blootstelling aan het virus en dat is niet gedaan voor SARS-1 en MERS, maar wel voor de 4 andere coronavirussen.
De vaccinstudies hebben echter alleen gekeken of het vaccin in de eerste twee of drie maanden beschermt. Op de uitkomsten van langere bescherming moeten we vooral langer wachten. Westerse landen zien bewijs voor twee of drie maanden bescherming voldoende om alvast te beginnen met vaccinatie. De vraag is of dit meer verteld over het onvermogen om de epidemie te controleren zoals Oost-Azië doet, of over het wetenschappelijk onderbouwde vertrouwen in immuniteit.

Vaccin

Related posts

Een inconsistent coronavirus eist een afschuwelijke tol

dezeweek2020

‘‘Marxistisch materialisme heeft al zoveel dood en verwoesting gebracht, en grijpt nu de macht’’

dezeweek2020

Simon Coveney appointed as Ireland’s new deputy prime minister

dezeweek2020

Cash FX Group

dezeweek2020

May’s hopes of rescuing Brexit deal hit setback as DUP talks delayed

dezeweek2020

Sweden’s anti-immigrant party sees support plummet in latest polls

dezeweek2020